Zelf denken = goeddoen?

Als een politicus een maatregel voorstelt om een probleem op te lossen, klinkt niet zelden kritiek van het type: “Oh ja, alsof het probleem daarmee als sneeuw voor de zon verdwijnt!” Vaak berust dit type kritiek op een logische denkfout, want wie maatregel X voorstelt voor probleem Y, zegt daarmee niet per se dat als X niet wordt ingevoerd het probleem niet wordt opgelost. Nadere toelichting leert soms dat het om een “pakket aan maatregelen” gaat. Filosofe Bettina Stangneth lijkt in Het kwade denken (2017) eenzelfde type denkfout te maken, door Hannah Arendt een redenering toe te schrijven die zij volgens mij niet maakt.

Over welke denkfout heb ik het precies? Ik heb het over het ten onrechte aanzien van een voldoende voorwaarde voor een noodzakelijke voorwaarde.
Voldoende en noodzakelijke voorwaarden komen voor in als-dan-redeneringen. Daarin verwijst ‘als’ naar een voorwaarde of oorzaak en ‘dan’ naar het gevolg of effect. Een noodzakelijke voorwaarde is een voorwaarde zonder welke het relevante effect niet optreedt. Dus: ‘Alleen als maatregel X wordt ingevoerd, kan het probleem worden opgelost.’ Dat wil niet zeggen dat deze voorwaarde op zich voldoende is om tot het relevante effect te leiden. Er kunnen andere noodzakelijke voorwaarden bestaan om probleem Y op te lossen, zoals een wetswijziging. Woorden als “alleen als, dan kán…” zijn aanwijzingen dat het om een noodzakelijke voorwaarde gaat. Deze redenering heeft de logische vorm van: ‘als niet p, dan niet q’.
En: ‘als q, dan p’.

Een voldoende voorwaarde is een voorwaarde die zonder andere voorwaarden leidt tot het relevante gevolg. Er kunnen niet nog andere voorwaarden bestaan die noodzakelijk zijn voor dit gevolg. Het is wel mogelijk dat er nog andere voorwaarden bestaan, die elk of tezamen voldoende voorwaarde zijn. ‘Als het vloed wordt, dan stijgt het water aan de kust.’ Vloed is voldoende om het water te doen stijgen; het is onmogelijk dat het effect niet optreedt als de voorwaarde niet van kracht is. Dat neemt niet weg dat het mogelijk is dat er andere voldoende voorwaarden kunnen zijn. Misschien is de zuidwesterstorm óók voldoende om het water te laten stijgen. Deze redenering heeft de logische vorm van: ‘als p, dan q’.

Nu naar Stangneth die Arendts theorie van de banaliteit van het kwaad omschrijft als een theorie van de hoop. Een theorie waarbij, aldus Stangneth, uitdrukking wordt gegeven aan de overtuiging dat denken en moraal met elkaar samenhangen.” Dat “denken onmiddellijk van invloed is op de moraliteit en ook louter een moraliserende werking heeft”. Stangneth omschrijft Arendts idee over de relatie tussen oordelen en moraliteit ook als: “wie nadenkt en het begrepen heeft, die moordt niet. Dat hopen we althans. Wie denkt en de innerlijke dialoog zoekt, omdat die hem lief is geworden, is daarmee altijd op de juiste, op de goede weg”. Dit is dus Stangneths weergave van Arendt.

Het klopt dat Arendt geloofde in de ontmoeting met je geweten als bijgevolg van een innerlijke dialoog met jezelf. Dan gaat denken over in oordelen en kan de ontmoeting met je geweten helpen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Arendt beschouwde onverschilligheid ten opzichte van de mensen met wie je omgaat en de weerstand om te oordelen als het grootste gevaar. Mensen die gewend zijn om dingen te onderzoeken en hun eigen gedachten op te maken zijn betrouwbaarder voor een samenleving volgens Arendt dan mensen die rigide aan morele normen vasthouden.

Stangneth concludeert: “als dit allemaal zo is, dan volstaat het om de mens te helpen de eigen mondigheid te ontdekken en in praktijk te brengen. Alleen al het zelfdenken en in overeenstemming met zichzelf handelen zou dus voldoende moeten zijn om een mens tot een goed mens te maken.
Tot iemand die niet meer tot het kwaad in staat is, omdat hij terugdeinst voor het idee om bewust kwaadaardig te handelen.” Later in Het kwade denken kritiseert ze deze ‘stroman’. Of vergissing…?

Wie Hannah Arendts werk over oordelen goed leest, ziet nergens woorden staan als “alléén als, dan kan…”. Stangneths woordkeus in haar weergave van Arendt duidt erop dat ze Arendts idee over oordelen opvat als noodzakelijke voorwaarde voor moreel juist handelen. Wie de innerlijke dialoog zoekt, is “altijd” op de goede weg, was Stangneths weergave van Arendt. Evenals de parafrase: denken is “onmiddellijk” van invloed op moraliteit en heeft “louter” een moraliserende werking. En haar weergave: zelf denken is “voldoende” om iemand tot een goed mens te maken.
Als “niet meer in staat zijnde tot het kwaad”.

Nergens in Arendts werk over oordelen vind ik aanwijzingen voor een ‘als niet p, dan niet q’-redenering, noch dat zij doelt op één ‘niet P’. Daarom denk ik dat Stangneth Arendts voldoende voorwaarde ten onrechte aanziet als een – of zelfs enige – noodzakelijke voorwaarde. In Denken, het leven van de geest zegt Arendt over oordeelsvermogen: “En dit kan inderdaad rampen voorkomen, in ieder geval voor mezelf, tijdens de zeldzame momenten waarop het erop aankomt.” Kán rampen voorkomen dus. Arendt wist maar al te goed dat succes hierbij niet verzekerd is.