Morele (zelf)zorg bij gemaskeerde schaamte

Gelukkig hebben morele emoties als schuld en schaamte een functie in het morele verkeer tussen mensen. Als er een morele norm is overschreden, kunnen morele emoties aangedaan leed erkennen en een gedeelde moraal herstellen. Maar wat als schaamte zich heeft genesteld in je persoonlijkheid? Als er geen morele norm is overschreden. Als iemand zichzelf chronisch veroordeelt voor een (ervaren) incompetentie, zonder dat anderen tekort worden gedaan. Je kunt iets niet goed en je blijft je daar diep voor schamen. Moet je dan in therapie? In een morele traditie van levenskunst zou dat niet per se hoeven. Maar wat heeft zorg voor schaamte te maken met ethiek?

Levenskunst is een recente vorm van ethiek waarin mensen proberen grote vragen als ‘wat is goed, authentiek en mooi?’ invulling in hun leven te geven. Levenskunst heeft wortels in de klassieke oudheid. Daarin was zorgdragen voor jezelf onderdeel van de toen heersende moraal. Een zorg waarmee je ook anderen tot steun kunt zijn; zelfzorg en zorg voor de ander gaan in deze morele traditie hand in hand.

Psychiaters als Dirk De Wachter zouden dit ideaal van actuele levenskunst wel onderschrijven. Het probleem van de huidige maatschappij is volgens De Wachter dat “verdriet altijd weggemoffeld moet worden in de duisternis. We kunnen daarvoor niet terecht bij onze vrienden en onze geliefden, want we willen altijd stoer en leuk en sterk zijn. En dus gaan we ons afsluiten en inbunkeren voor de liefdevolheid”. (…) “Ik pleit ervoor om meer kwetsbaarheid, gevoeligheid en de kleine verdrietigheden met elkaar te delen. Zodat mensen een beetje elkaars psychiater kunnen zijn”. Zie zijn Brainwash Talk uit 2017.

In wat volgt beschrijf ik wat chronische schaamte inhoudt en schets een contour van morele (zelf)zorg hiervoor. Er zijn onderzoekers die stellen dat er verschillende soorten schaamte bestaan. De overeenkomst tussen alle leden van de schaamtefamilie is het gevoel zich te willen bedekken of verhullen. Schaamte zegt iets over het Zelf in relatie tot anderen. Het gaat samen met zich bekeken voelen door de ogen van de ander, zich letterlijk klein voelen en door de grond willen zakken. Ik doel hier dus op chronische schaamte, ofwel schaamte als stabiele persoonlijkheidstrek. Niet op tijdelijke schaamte voor het en public struikelen over een bananenschil.

Psychologen verklaren chronische schaamte wel als voortkomend uit een False Self. Als kind ontwikkel je een Ik; het gevoel een autonoom subject te zijn. Het Ik is een eerstepersoonsperspectief. Daarnaast ontwikkel je een Mij. Het Mij is een derdepersoonsperspectief; jezelf zien door de ogen van een ander. De meeste volwassenen ervaren een evenwicht tussen de Ik en de Mij. Bij een teveel aan Mij – lees: een (ervaren) beschamende blik van de ouder – ontstaat een False Self. Voor psychiater Frans Schalkwijk is de essentie van schaamte de beleving te falen in de ogen van een geïnternaliseerde ander.

Dat waarvoor mensen zich chronisch schamen verschilt. Eén bron van schaamte is een (vermeende) incompetentie op welk gebied dan ook. Daarachter zijn gekomen is een cruciale stap in zelfzorg. Chronische schaamte wordt namelijk vaak niet als zodanig benoemd. Je ervaart wel “angst om door de mand te vallen”, “twijfel”, “gepieker over niet-slagen”, maar noemt het geen schaamte. Dit heeft te maken met de emotionele afweer van schaamte; je weert het schaamtevolle gevoel af door te zwijgen over datgene waarvoor je je schaamt. Dan wel door je woede over schaamte destructief naar buiten te richten.

Ethicus Paul van Tongeren omschrijft in Leven is een kunst (2012) de afweer tegen schaamte als de ambiguïteit waardoor schaamte zich kenmerkt. Als ik me schaam, probeer ik mij te verbergen; sla de handen voor de ogen, probeer weg te kruipen, onzichtbaar te worden. Je gezicht verbergen in je handen is een heel zichtbare manier van je onzichtbaar maken, aldus Van Tongeren.

Een bewust geworden ervaring van schaamte is een bron van zelfkennis. Enerzijds onderschrijf ik het negatieve oordeel van de geïnternaliseerde ander, terwijl ik me er ook tegen verzet. Ik kan ontdekken, aldus Van Tongeren, dat de persoon die ik leek te zijn een masker is. Je ontdekt bij ontmaskerde schaamte een teveel aan derdepersoonsperspectief, kun je ook stellen. Ik kan het masker – symbolisch gezien – teruggeven aan die ‘derde persoon’. Zonder schuld toe te kennen, want derden hebben jou in de meeste gevallen niet intentioneel overmatig beschaamd.

Wie blijft er over achter het masker waarmee je voorheen je schaamte verhulde? Nu ben je het masker kwijt. Wie komt daarachter vandaan?
Jijzelf (Ik) als autonoom persoon die niet samenvalt met de in het verleden beschamende ander. Een aangevuld Ik dat beseft dat een tekortschietend deel van jezelf niet representatief is voor jou als geheel. Je verwart het deel niet langer met het geheel. En in een wel héél gelukkige episode van zelfzorg herken je deze schaamtevorm bij anderen. Zo kun je anderen helpen ontmaskeren met mededogen. Dat is wat deze (zelf)zorg moreel van aard maakt; geen navelstaren, maar een beetje elkaars psychiater zijn.