Kritisch op het juiste moment

Kritisch op het juiste moment was ooit een slogan van financieel dienstverlener Delta Lloyd. Eén van de campagnefilmpjes laat een huwelijksaanzoek zien. ‘Zij’ beoordeelt een voorgeschotelde witgouden ring kritisch en vraagt vervolgens of ‘hij’ het bonnetje nog heeft. “Je hoeft niet altijd kritisch te zijn”, zegt de voice-over. “Maar wel als het om je financiën gaat.” Daarna zit het stel aan tafel bij Delta Lloyd en zien we dezelfde dame kritisch zijn op het juiste moment… “Stel dat we uit elkaar gaan, stel…”, zegt ze, “hoe zit het dan met de hypotheek?”

De vraag naar het juiste moment om je kritisch te uiten is een belangrijke. Zeker als het gaat om het stellen van kritische vragen in professionele omgevingen. Een voor mij even zo belangrijke vraag is de vraag waar een kritische reactie vandaan komt. Een kritische reactie kun je grofweg omschrijven als het uiten van twijfel bij bepaalde uitspraken of praktijken. Komt een kritische vraag voort uit het onderzoeken van argumentaties? Ja, zegt het standaardconcept van kritisch denken. Dat kan, maar dat maakt denken voor mij niet zozeer kritisch. Ik schets hier twee vormen van kritisch denken die beide mogelijk zijn.

In het standaardconcept verwijst kritisch denken naar het vermogen om goed te redeneren en naar de dispositie om dat ook te doen. Denken kenmerken als ‘kritisch’ betekent in het standaardconcept oordelen dat denken voldoet aan criteria. Die criteria hebben te maken met standaarden van goed redeneren. Denk aan criteria als ‘relevantie’ (zijn gegeven argumenten relevant voor de conclusie?) en ‘volledigheid’ (heeft de argumentatie voldoende gewicht om de conclusie te ondersteunen?). Denk ook aan ‘denkfoutenvrij’ argumenteren. Sommige auteurs stellen dat iemand die kritisch denkt criteria toepast. En kritisch denken zélf beoordeeld kan worden door een beroep te doen op criteria.

De kritische reactie die voortkomt uit het onderzoeken van argumentaties resulteert deels in het al dan niet bevestigen van a priori criteria; hee, deze argumentatie is irrelevant en bevat een overhaaste generalisatie. Of juist: deze argumentatie is relevant en denkfoutenvrij. Is dat kritisch? Voor mij niet. Ik beschouw goed redeneren als een instrument om het resultaat van wat ik “kritisch denken” noem te beoordelen. Dat resultaat is een beargumenteerd standpunt, maar wat eraan vooraf gaat maakt denken kritisch.

Etymologisch is ‘kritisch’ afgeleid van het woord ‘beslissen’ en hangt samen met de woorden ‘oordelen’ en ‘onderscheiden’. Binnen dit etymologische kader – waar het standaardconcept ook binnen blijft – begrijp ik kritisch denken als het je oriënteren in de perspectieven van anderen. Je neemt niet direct aan wat anderen zeggen, omdat je zelf wilt onderzoeken in hoeverre je je daarin kunt vinden. Kritisch denken zie ik dan ook als een soort filosofisch oriënteren; waar sta ik qua gedachten ten opzichte van wat mijn omgeving denkt?

Met die insteek onderzoek je de boodschap van andermans uitspraken. Je staart je niet blind op de letterlijke betekenis van zinnen – al is letten op woordkeus en intonatie cruciaal – en niet op de argumentatiekwaliteit. Je wilt begrijpen wat iemand te zeggen heeft en concentreert je op het geheel van iemands uitspraken. Daarvoor is nodig dat je je bezighoudt met dat wat een spreker of schrijver met woorden wil uitdrukken. Taalhandelingentheorie leert dat mensen geen grammatica kunnen gebruiken zonder daar een intentie mee te hebben. Dezelfde woorden kunnen met verschillende intenties worden geuit. Uitspraken in z’n geheel begrijpen vraagt daarom om het interpreteren van de communicatieve intentie.

Het onderzoeken van andermans boodschap om je ‘filosofisch’ te oriënteren brengt kritisch zelfbewustzijn met zich mee. Want hoe je het wendt of keert, andermans boodschap begrijpen blijft jouw begrip. Zekerheid over een adequaat begrip krijg je niet, al zijn er voor interpretatiekunst richtlijnen op te stellen. Na de fase van anderen willen begrijpen in het geheel van hun taaluitingen, volgt een reflectie op wat je hebt begrepen. Begrijpen staat hier niet gelijk aan accepteren. Zo kom je tot eigen standpunten in het kritisch zelfbewustzijn dat jij uitspraken hebt geïnterpreteerd en jij reflecteert op het antwoord dat je daarop hebt gegeven.

Van filosofen als Hannah Arendt leerde ik dat denken niet kritisch kan worden zonder het beginnen van een dialoog met jezelf. Dat sluit in gesprek gaan met anderen over de standpunten die je in je eentje vormde niet uit.
Als je dat doet, breid je je gedachten en invalshoeken uit. Maar je hébt standpunten en kúnt ze zelfstandig vormen. En bijstellen waar nodig na de uitwisseling erover met anderen. Ook als het moeilijk wordt en iedereen elkaar napraat. Vooral dán ben je kritisch op het juiste moment.