Help studenten beschouwen

Kritisch denken begint met het stellen van kritische vragen. Er bestaan verschillende typen kritische vragen. Zo zijn er kritische vragen die redeneringen toetsen. Bijvoorbeeld met de vraag aan iemand die een verband legt: ‘Je suggereert een causaal verband tussen X en Y, maar is dat niet een correlatie?’. Zeer bruikbare vragen die toetsen of er denkfouten worden gemaakt. Er is ook een ander type kritische vraag. Ik noem dat type: kritische vragen om je ergens een oordeel over te vormen. Hoe begeleid je studenten om te komen tot dat type kritische vraag? En waarom zou je dat doen? Ik beschrijf het in deze bijdrage.

Het formuleren van kritische vragen
Mijn ervaring is dat studenten niet uit zichzelf komen met kritische vragen. Waar ze denken een kritische vraag te stellen, formuleren ze informerende vragen. Zoals: is maatschappelijk verantwoord ondernemen winstgevend? Of: is een Tesla-auto duurzaam? Zaak is om een kanttekening of twijfel in de formulering van een kritische vraag tot uitdrukking te brengen. Vraag door in gesprek met studenten als ze een vraagstuk kritisch proberen te analyseren. Uitwisselen rond de vraag ‘wat bedoel je precies?’ – ook onder studenten zelf natuurlijk – doet vaak wonderen. Vraag vaker door dan je lief is. Het kost kruim, maar het helpt een kritische denker om de spijker op zijn kop te slaan.

Een tekstplan om te helpen beschouwen
Als je studenten op kritische vragen wilt laten komen waarmee ze zich een oordeel ergens over kunnen vormen, kun je ze ook een beschouwing laten schrijven. Geen betoog waarin ze een lezer proberen te overtuigen van hun standpunt. Betogen schrijven of mondeling presenteren zijn goede oefeningen in overtuigen. Maar wil je studenten uitdagen een vraagstuk grondig te overdenken vanuit meerdere perspectieven, kies dan voor een beschouwend essay. Je leert ze zo ook hun denkproces om een standpunt te overwegen te expliciteren. Laat ze een tekstplan opstellen om ze op gang te brengen. En om studenten tijdens het schrijfproces te helpen beschouwen.
Ik schets hieronder het format van een tekstplan dat ik zelf heb gemaakt.
Ik pas het tekstplan tevens toe op een fictief voorbeeld.

Aanleiding
1. Welke uitspraken vormen aanleiding voor het stellen van een kritische vraag? Check: waar komt de kritische vraag vandaan? Wat drukken deze uitspraken uit; een feitenclaim, een beleidsvoorstel, een gevoel, een waardering?

Student Tom schrijft hier dat hij aansluit bij een uitspraak in de Noord-Duitse regionale krant Der Nordschleswiger waarover NRC Handelsblad bericht. Volgens NRC stelt de Duitse krant dat het steeds meer een illusie blijkt te zijn dat elektrische auto’s een klimaatvriendelijk alternatief vormen voor traditionele wagens. Dit is een feitenclaim.

Hoofdboodschap
2. Wat is de (hoofd)boodschap van de uitspraken die aanleiding zijn tot het stellen van je kritische vraag? Check: heb je die boodschap, zonder te oordelen, adequaat weergegeven?

Tom: Volgens Der Nordschleswiger is de productie van accu’s zo slecht is voor het klimaat, dat elektrisch rijden pas na jaren voordeliger wordt voor het milieu. Tom voert NRC als secundaire bron op en sluit aan bij de woordkeuze van NRC. Als hij bonuspunten wil scoren bij mij, dan raadpleegt hij de primaire bron om de bewering zo exact mogelijk weer te geven.

Kritische vraag
3. Hoe luidt de formulering van je kritische vraag? Een goede kritische vraag stelt iets ter discussie of betwijfelt iets, zonder het antwoord bij voorbaat te weten. Check: is je vraag gesteld vanuit een onbevooroordeelde houding?

Toms kritische vraag luidt: mogen fabrikanten van elektrische auto’s hun auto’s duurzaam noemen? Hij gaat na bij zichzelf of hij het antwoord op de vraag openlaat.

Bronnen
4. Welke bronnen zijn bruikbaar voor het uitwerken van je kritische vraag? Met welke argumenten onderbouw je de mogelijke antwoorden op je kritische vraag? Check: is de uitwerking van je kritische vraag een beschouwing gebleven, waarin je zoekt naar antwoorden en geen betoog geworden met een dichtgetimmerd standpunt?

Tom vermeldt hier in het tekstplan bronnen als NRC Handelsblad, de Duitse krant, een Zweeds milieu-onderzoeksinstituut waarop de Duitse krant zich voor hun bewering baseert en andere relevante bronnen. Tom gaat aan de slag en checkt in de periode dat hij aan het essay werkt of hij het antwoord op zijn kritische vraag nog aan het onderzoeken is. Of al bezig is de lezer te overtuigen van zijn standpunt. Zo helpt Tom zichzelf om te beschouwen.

Waartoe?
Welke waarde heeft het om studenten middels een beschouwend essay tot kritische oordeelsvorming aan te zetten? Mijn antwoord is dat we studenten met dit soort werkvormen helpen zich te oriënteren in de veelheid aan perspectieven die erop kwesties mogelijk zijn. Ondertussen worden ze ook vertrouwd met argumenteren waarvan de kwaliteit met goede feedback van docenten kan verbeteren. We leiden immers op tot professionals die niet alleen een vak beheersen, maar ook volwaardig kunnen meepraten over maatschappelijke vraagstukken. Op en buiten de werkvloer.