Gave van het begrijpende hart

Lieve Hannah, nog één brief aan jou. Een derde brief zou cliché worden en daar houd jij niet van. In Hoe politiek begrijpen? schrijf je dat wij onze instrumenten om te begrijpen verloren hebben. Dat was in 1954. Dat is in mijn tijd niet veel anders, maar er is hoop. Voor jou is de essentie van handelen dat je altijd opnieuw kunt beginnen. Begrijpen zie jij als de andere kant van handelen. Opnieuw beginnen impliceert dan opnieuw kunnen (leren) begrijpen. Het vermogen om te begrijpen omschrijf jij ook wel als gave van het begrijpende hart. Ik leg je graag voor hoe ik jouw late werk begrijp en wat er volgens ons allebei op het spel staat.

Begrijpen betekent voor jou dat men aandachtig, zonder vooringenomenheid de confrontatie aangaat met, en weerstand biedt aan, de werkelijkheid, wat die ook moge zijn. Jij beschouwt begrijpen als een vorm van verzet bieden, benadrukken jouw bewonderende vertalers Dirk de Schutter en Remi Peeters in de bundel Oordelen (2016). In die zin noem jij begrijpen “de andere kant van handelen” en bent het later oordelen gaan noemen. Het gaat om begrijpen zoals Kant reflecterend oordelen beschreef; een particulier geval beoordelen, zonder dat het onder een algemene noemer kan worden geschaard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om te zeggen dat een bepaalde lamp mooi is, zonder te weten wat ‘schoonheid in het algemeen’ is.

Jij vond dat de opkomst van de wetenschappen het geloof in de gewone ervaring heeft aangetast. Dat bracht een wereldvervreemding op gang.
De wetenschappen eigenen zich een toegang tot de werkelijkheid toe die uitsluitend volgens hun methode verloopt. Voor mensen is geen plaats meer. Een mens wordt eerder als afwijking van een statistische wetmatigheid gezien. Die wereldvervreemding leidt volgens jou tot een vernietiging van het oordeelsvermogen.

Ik herken deze diagnose van het oordeelsvermogen in mijn tijd.
Mijn studenten bijvoorbeeld kunnen goed data verzamelen en data verwerken. Maar bij de vraag: ‘wat adviseer je het bedrijf waarvoor je onderzoek deed nu om te doen?’, wordt het moeilijk. Ze halen wetenschappelijke theorieën en hun eigen data aan, maar vertrouwen nauwelijks op hun vermogen om mede op basis van feiten tot een beargumenteerd advies (oordeel) te komen. Ze mogen immers geen ‘subjectieve mening’ geven, is de teneur. Deels terecht natuurlijk. Het andere uiterste toont zich in rauwe emoties op sociale media – verkocht als mening – waarin men zich opsluit in het eigen gelijk. Dat is het tegendeel van het oordeelsvermogen waarover jij het hebt.

Maar mensen in mijn tijd vragen zich nu, denk ik, met gefronste wenkbrauwen af: als particuliere oordelen niet gebaseerd zijn op algemene principes, waarop dan wel? Wat maakt ze geldig? Het gaat hier, leg jij uit, om het zoeken naar de betekenis van een concreet verschijnsel. Begrijpen levert als resultaat een betekenis op. Dit type uitspraak zoekt naar instemming van anderen. De grond van oordelen met een esthetische, morele of politieke inhoud omschrijf je met het begrip sensus communis. Dat is geen boerenverstand, maar een soort zesde zintuig dat alle mensen met elkaar gemeen hebben. Jij omschrijft de sensus communis ook als gemeenschapszin. De kunst van het oordelen bestaat erin om te appelleren aan een zo breed mogelijke sensus communis. Een oordeel dat gebaseerd wordt op instemming van een brede groep mensen haalt er het louter subjectieve en allerindividueelste vanaf. Die bijval is de intersubjectiviteit tussen mensen en het begin van een gedeelde wereld.

Deze manier van denken kan niet worden beoefend zonder verbeelding, betoogde je. Standpunten in overweging nemen van afwezigen vraagt om verbeelding; hoe zou een ander hierover oordelen? Het stelt ons in staat om de onmiddellijkheid (lees: impulsieve indrukken) en het louter subjectieve van onze oordelen te overstijgen. Het ontdekken van iets algemeens in het particuliere ‘geval’ hoort ook bij dit oordeelsvermogen. Dat ‘algemene’ zoeken we alleen niet in generieke concepten of universele principes, maar in voorbeelden. Dat kan resulteren in een oordeel als “Moed is zoals Achilles”. Het voorbeeld blijft particulier, maar krijgt een mate van algemeenheid doordat andere uitspraken over moed ook aan de kenmerken van het Achilles-voorbeeld kunnen voldoen.

Met verwijzing naar koning Salomo uit de Bijbel omschrijf je deze denkvorm als gave van het begrijpende hart. Daarmee doel jij toch op de kunst om tot oordelen te komen die het midden houden tussen cognitief begrijpen (afstand) en louter individueel (aan)voelen (nabijheid)? De uitwisseling in de samenleving over deze oordelen veronderstelt niet alleen een gedeelde wereld, maar houdt deze ook in stand. Zonder deze manier van denken zouden wij nooit in staat zijn om ons in de wereld te oriënteren. Het is het enige innerlijke kompas dat we hebben.

Mijn instemming heb je Hannah. Hoe meer we gezamenlijk begrijpen, hoe meer we ervaren tijdgenoten te zijn. Hoe kleiner de kans op vervreemding van elkaar en de wereld die we delen. Zo redeneerde je. In mijn werk als filosofiedocent zet ik me in om die gave van het begrijpende hart te laten ontdekken door mijn studenten. Dat is mijn innerlijke drijfveer. Ik zoek die gave ook in mezelf natuurlijk. Kon ik je deze brief maar persoonlijk bezorgen. Dag Hannah.